Als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel.
Nee, we gaan niet elke dag tot vier uur uit, nu moeders op vakantie is. Ook lopen we niet de hele dag in ochtendjas (hoewel, Paolo...). Wel is de beruchte Smackeroni op tafel gekomen, de specialiteit van mijn vader waar mijn moeder een hekel aan heeft. Ook de rotzooi in huis zou te maken kunnen hebben met dat er nu maar een vrouw is met opruimwoede, in plaat van twee.
Wat is er aan de hand? Eindelijk hebben we moeders zo ver gekregen om even tien dagen voor zichzelf te hebben. Of althans, eindelijk heeft haar zus haar meegesleept. Alles werd geregeld, van het vliegtuig aan toe. Ze hoefde alleen haar eigen tas in te pakken en gaan. Nu zit ze weer in het nieuwe huisje, met haar twee zussen en nicht. We horen verbazingwekkend weinig van haar, dus hopelijk is dat een goed teken.
Wij genieten daarom ook van het rustige leven. Nou ja, niemand roept: 'ruim je troep nou eens op!' Dus dat blijft gewoon liggen. Tot het eindelijk gaat rotten en zelf naar de vuilnisbak wandelt. Maar zo lang wil ik toch niet afwachten met mijn schimmelfobie (ooit een beschimmelde taart gegeten), dus dan ruim je het zelf op. Andere mensen een schop onder de kant geven? Hmm, dat is nog iets wat te leren valt.
zaterdag 28 augustus 2010
zaterdag 21 augustus 2010
Hollen... of hollen.
Je hebt sommige dagen dat het hollen is of... nog meer hollen.
Afgelopen weken was het dat laatste, ook geheel mijn eigen schuld. Er zijn veel te veel leuke dingen om een dagje rustig aan te doen. Als dan zelfs je nachtrust daarvan ten koste gaat, moet het maar zo zijn.
Zo ook afgelopen week. Tot twee keer toe werd ik op een onmogelijke tijd gewekt. De eerste keer was het om 5 uur. De Horinezen weten nu wel waarvoor: lappendag. In de vroege ochtend sprak ik met een vriendin af om koopjes te jagen. Voorgaande jaren kwamen we elkaar steeds toevallig in de stad tegen. Om het toeval niet te tarten, gingen we nu gewoon samen.
Je verliest je tijdsbesef totaal als je op de vroege ochtend al zo bezig bent met koopjes, kleding, schoenen. Pas als je broer om 8 uur met een slaperig hoofd belt om te vragen waar we zijn, blijkt dat we al een tijdje bezig zijn. Gelukkig komt er dan versterking: Paolo komt de stad in en wordt gepromoveerd (of gedegradeerd? Nou, laten we dat maar niet zeggen) tot Tassendrager. Een heel fijn beroep, zo kunnen wij de laatste schoenen makkelijk kopen.
De tweede keer stond de wekker om 6 uur. Niet helemaal een goede reden, maar wel voor mij: alleen om die tijd kon ik op de motor worden gebracht naar Noordwijk. 50 minuten op de motor! In Noordwijk hielp ik vrienden van mijn ouders mee in de boekwinkel voor een aantal dagen. Zo heb ik Diep in de Krochten van de Winkel een CHAOS van pennendoosjes opgeruimd. Ze verkopen namelijk ook hele dure pennen, en die doosjes werden ergens achteraf in het magazijn gestopt. In de loop der jaren is dat een chaos geworden. Ook moesten er boeken worden onderscheiden tussen de kinder- en de young adultafdeling. Dames en heren, waar hoort Twilight? Waar hoort Shopaholic?
Dus een week me vervelen? Onmogelijk. Verveling is een kunst die ik niet ken. De vriendengroep is opgesplitst in tweeën: de heren hebben het Luxe Luie Leven, de dames hebben hetzelfde als ik: een geweldig druk bestaan. Er valt nog een hoop van elkaar te leren.
Afgelopen weken was het dat laatste, ook geheel mijn eigen schuld. Er zijn veel te veel leuke dingen om een dagje rustig aan te doen. Als dan zelfs je nachtrust daarvan ten koste gaat, moet het maar zo zijn.
Zo ook afgelopen week. Tot twee keer toe werd ik op een onmogelijke tijd gewekt. De eerste keer was het om 5 uur. De Horinezen weten nu wel waarvoor: lappendag. In de vroege ochtend sprak ik met een vriendin af om koopjes te jagen. Voorgaande jaren kwamen we elkaar steeds toevallig in de stad tegen. Om het toeval niet te tarten, gingen we nu gewoon samen.
Je verliest je tijdsbesef totaal als je op de vroege ochtend al zo bezig bent met koopjes, kleding, schoenen. Pas als je broer om 8 uur met een slaperig hoofd belt om te vragen waar we zijn, blijkt dat we al een tijdje bezig zijn. Gelukkig komt er dan versterking: Paolo komt de stad in en wordt gepromoveerd (of gedegradeerd? Nou, laten we dat maar niet zeggen) tot Tassendrager. Een heel fijn beroep, zo kunnen wij de laatste schoenen makkelijk kopen.
De tweede keer stond de wekker om 6 uur. Niet helemaal een goede reden, maar wel voor mij: alleen om die tijd kon ik op de motor worden gebracht naar Noordwijk. 50 minuten op de motor! In Noordwijk hielp ik vrienden van mijn ouders mee in de boekwinkel voor een aantal dagen. Zo heb ik Diep in de Krochten van de Winkel een CHAOS van pennendoosjes opgeruimd. Ze verkopen namelijk ook hele dure pennen, en die doosjes werden ergens achteraf in het magazijn gestopt. In de loop der jaren is dat een chaos geworden. Ook moesten er boeken worden onderscheiden tussen de kinder- en de young adultafdeling. Dames en heren, waar hoort Twilight? Waar hoort Shopaholic?
Dus een week me vervelen? Onmogelijk. Verveling is een kunst die ik niet ken. De vriendengroep is opgesplitst in tweeën: de heren hebben het Luxe Luie Leven, de dames hebben hetzelfde als ik: een geweldig druk bestaan. Er valt nog een hoop van elkaar te leren.
zaterdag 14 augustus 2010
Een kinderhand...
Een kinderhand is gauw gevuld. luidt het spreekwoord.
Ook al wordt ik woedend als men mij voor kind aanziet, de kermis haalt het beste (of slechtste?) in mij naar boven. Allemaal lichtjes, allemaal muziek, allemaal vrolijke mensen. Adrenaline-shots in attracties, of even rustig op een bankje naar mensen kijken. Dan ben je een seconde er van overtuigd dat het hele leven een kermis kan zijn, als je enkel kijkt naar de leuke dingen.
Alleen thuis is het niet altijd zo vrolijk. Sinds de terugkeer uit Italië zijn lastige gesprekken op gang gekomen, waar ik letterlijk voor vlucht. Keihard mijn kop in het zand steken in wellicht niet zo verstandig, maar wel makkelijker. Helaas komt er wel een tijd dat ik niet kan vluchten, dat ik de befaamde struisvogel-techniek niet meer kan uitvoeren. Daarom spuug ik een hap zand uit en wordt er gepraat. En gepraat. Ellenlange discussies over hoe het nu gaat, en of ik wel naar Rome kan met school. In september is er een reis van tien dagen, een reis die ik beslist wil meemaken. De twijfels zijn er, ze zijn groot. En ik ben als de dood dat ik niet mag, dus ik werk. Hard. Tegen mezelf. Voor mezelf.
En terwijl ik zo mezelf in de weg zit, gaat in ieder geval iemand anders me minder in de weg zitten: mijn moeder heeft besloten toch voor zichzelf te kiezen en met haar zussen op vakantie te gaan. Ze vindt het surrogaat en ze baalt dat de vorige vakantie niet is gelukt, maar het is iets. En ik voel me er ook minder schuldig door.
Tot dan toe vlucht ik weer van tijd tot tijd het huis uit, zodat we niet teveel op elkaar lip zitten. Dan huppel ik weer (letterlijk!) over de kermis. Kinderachtig? Misschien. Maar leuk? Jazeker!
Ook al wordt ik woedend als men mij voor kind aanziet, de kermis haalt het beste (of slechtste?) in mij naar boven. Allemaal lichtjes, allemaal muziek, allemaal vrolijke mensen. Adrenaline-shots in attracties, of even rustig op een bankje naar mensen kijken. Dan ben je een seconde er van overtuigd dat het hele leven een kermis kan zijn, als je enkel kijkt naar de leuke dingen.
Alleen thuis is het niet altijd zo vrolijk. Sinds de terugkeer uit Italië zijn lastige gesprekken op gang gekomen, waar ik letterlijk voor vlucht. Keihard mijn kop in het zand steken in wellicht niet zo verstandig, maar wel makkelijker. Helaas komt er wel een tijd dat ik niet kan vluchten, dat ik de befaamde struisvogel-techniek niet meer kan uitvoeren. Daarom spuug ik een hap zand uit en wordt er gepraat. En gepraat. Ellenlange discussies over hoe het nu gaat, en of ik wel naar Rome kan met school. In september is er een reis van tien dagen, een reis die ik beslist wil meemaken. De twijfels zijn er, ze zijn groot. En ik ben als de dood dat ik niet mag, dus ik werk. Hard. Tegen mezelf. Voor mezelf.
En terwijl ik zo mezelf in de weg zit, gaat in ieder geval iemand anders me minder in de weg zitten: mijn moeder heeft besloten toch voor zichzelf te kiezen en met haar zussen op vakantie te gaan. Ze vindt het surrogaat en ze baalt dat de vorige vakantie niet is gelukt, maar het is iets. En ik voel me er ook minder schuldig door.
Tot dan toe vlucht ik weer van tijd tot tijd het huis uit, zodat we niet teveel op elkaar lip zitten. Dan huppel ik weer (letterlijk!) over de kermis. Kinderachtig? Misschien. Maar leuk? Jazeker!
zaterdag 7 augustus 2010
Luchtkussens
Het leven is vallen en opstaan, leert men door ervaring.
De ervaring leert ook dat het moeilijk kan zijn om houvast te vinden waar je jezelf aan kan optrekken als je weer eens naar benenden bent geflikkerd.
Geef mij maar een zacht springkussen waar ik overheen kan lopen, dan val ik niet zo hard.
Tuurlijk, dat kan niet, dit hoort bij het proces. Blijkbaar zit ik nu in de fase dat het moeilijker wordt om motivatie vast te houden. Het laatste-loodjes fenomeen. Het hoort er allemaal bij, dat ik meer schommel qua gewicht en dat het moeilijker wordt de laatste kilootjes erbij te gooien. Een test; als ik dit haal, heb ik het grootste deel van de ziekte overwonnen.
Soms is het moeilijker dan gedacht. Je fladdert dan wel door het leven, en doet ''lala, er is niks aan de hand", maar ondertussen moet je hard aan de bak. Mijn kop moet ik uit het zand trekken en van struisvogel transformeer ik naar een 17-jarig meisje.
Gelukkig helpt het altijd als je beloftes hebt waar je het voor doet. Als ik eenmaal beter ben, vervullen mijn vader en ik onze gezamelijke droom: al motorrijdend naar Schotland. Twee geweldige dingen gecombineerd. En wat is beter, kan je vragen? Dat hebben we samen al afgesproken.
Maar mijn grootste motivatie is mijn eigen, exclusieve luchtkussen; de mensen om me heen. Ookal is het soms onduidelijk hoe sterk het kussen is, op de harde kern durf ik graag te vallen..
De ervaring leert ook dat het moeilijk kan zijn om houvast te vinden waar je jezelf aan kan optrekken als je weer eens naar benenden bent geflikkerd.
Geef mij maar een zacht springkussen waar ik overheen kan lopen, dan val ik niet zo hard.
Tuurlijk, dat kan niet, dit hoort bij het proces. Blijkbaar zit ik nu in de fase dat het moeilijker wordt om motivatie vast te houden. Het laatste-loodjes fenomeen. Het hoort er allemaal bij, dat ik meer schommel qua gewicht en dat het moeilijker wordt de laatste kilootjes erbij te gooien. Een test; als ik dit haal, heb ik het grootste deel van de ziekte overwonnen.
Soms is het moeilijker dan gedacht. Je fladdert dan wel door het leven, en doet ''lala, er is niks aan de hand", maar ondertussen moet je hard aan de bak. Mijn kop moet ik uit het zand trekken en van struisvogel transformeer ik naar een 17-jarig meisje.
Gelukkig helpt het altijd als je beloftes hebt waar je het voor doet. Als ik eenmaal beter ben, vervullen mijn vader en ik onze gezamelijke droom: al motorrijdend naar Schotland. Twee geweldige dingen gecombineerd. En wat is beter, kan je vragen? Dat hebben we samen al afgesproken.
Maar mijn grootste motivatie is mijn eigen, exclusieve luchtkussen; de mensen om me heen. Ookal is het soms onduidelijk hoe sterk het kussen is, op de harde kern durf ik graag te vallen..
dinsdag 3 augustus 2010
There and back again
Het is zomer, vooral bij mijn moeder kwamen gelijk de kriebels op om voor een half jaar naar Italië te verhuizen. Haar huisje, oorsprong ligt daar. Letterlijk, haar ouders zijn daar begraven. Alleen één iemand uit de familie zou dat nog niet trekken: lang in Italie te zijn. Ik dus.
De vraag was überhaupt of op vakantie gaan wel zou lukken deze maanden. Want ookal ben ik herstellende, ik ben nog niet helemaal de oude. Zeker de laatste weken niet, nu de motivatie beetje bij beetje afzwakt.
De afgelopen weken was er een hoop heen en weer gepraat (en geruzie) of we wel of niet op vakantie moesten gaan. En zo ja, hoe lang, wie gaat er mee, etc. Het hing allemaal af van mijn gewicht, dus we konden echt pas vorige week maandag beslissen. Genoeg aangekomen, wat dat betreft konden we gaan. Helaas zag mijn vader het niet zitten, zag ik het niet zitten, zag Paolo het niet zitten. Mijn moeder kiest nooit voor zichzelf, behalve deze ene keer. Zij wilde gaan, zij zette door. We gingen. Niet voor de oorspronkelijke drie weken, maar voor twee.
Vrijdag gingen we in alle vroegte weg. We wilden alle files voorblijven (wie gaat er dan ook op Zwarte vrijdag, maar goed), en die hadden we aardig omzeild. Zonder ruzie, zonder irritatie, kwamen we aan in het onderweghotel. Maar daar ging het mis. Ander eten zonder structuur is moeilijker, zeker als er druk ligt op je schouders: mijn ouders willen me beter zien, Paolo wil ik dit niet aandoen, en ik het het gevoel dat ik keihard aan het vechten ben tegen mezelf.
Mijn ouders zagen ook wel dat twee weken te lang is. Lang hebben we getwijfeled: terugkeren of doorgaan. Doorgaan werd het, ik wilde dat mijn moeder voor zichzelf koos. En het was een goede uitdaging voor mij.
Toch werd de volgende avond al duidelijk dat we dit niet lang volhielden. Ik wilde doorgaan, mijn ouders zagen het niet meer zitten: we gingen terug.
Vier dagen in de auto gezeten. Alleen voor boodschappen en een cappucino. Alleen voor het enorme schuldgevoel tegenover mijn ouders. Alleen om te zien waar ik nog keihard voor moet werken: om beter te worden.
De vraag was überhaupt of op vakantie gaan wel zou lukken deze maanden. Want ookal ben ik herstellende, ik ben nog niet helemaal de oude. Zeker de laatste weken niet, nu de motivatie beetje bij beetje afzwakt.
De afgelopen weken was er een hoop heen en weer gepraat (en geruzie) of we wel of niet op vakantie moesten gaan. En zo ja, hoe lang, wie gaat er mee, etc. Het hing allemaal af van mijn gewicht, dus we konden echt pas vorige week maandag beslissen. Genoeg aangekomen, wat dat betreft konden we gaan. Helaas zag mijn vader het niet zitten, zag ik het niet zitten, zag Paolo het niet zitten. Mijn moeder kiest nooit voor zichzelf, behalve deze ene keer. Zij wilde gaan, zij zette door. We gingen. Niet voor de oorspronkelijke drie weken, maar voor twee.
Vrijdag gingen we in alle vroegte weg. We wilden alle files voorblijven (wie gaat er dan ook op Zwarte vrijdag, maar goed), en die hadden we aardig omzeild. Zonder ruzie, zonder irritatie, kwamen we aan in het onderweghotel. Maar daar ging het mis. Ander eten zonder structuur is moeilijker, zeker als er druk ligt op je schouders: mijn ouders willen me beter zien, Paolo wil ik dit niet aandoen, en ik het het gevoel dat ik keihard aan het vechten ben tegen mezelf.
Mijn ouders zagen ook wel dat twee weken te lang is. Lang hebben we getwijfeled: terugkeren of doorgaan. Doorgaan werd het, ik wilde dat mijn moeder voor zichzelf koos. En het was een goede uitdaging voor mij.
Toch werd de volgende avond al duidelijk dat we dit niet lang volhielden. Ik wilde doorgaan, mijn ouders zagen het niet meer zitten: we gingen terug.
Vier dagen in de auto gezeten. Alleen voor boodschappen en een cappucino. Alleen voor het enorme schuldgevoel tegenover mijn ouders. Alleen om te zien waar ik nog keihard voor moet werken: om beter te worden.
Abonneren op:
Posts (Atom)